Fietsen, fietsen, fietsen! Jawel hoor, we zijn er helemaal klaar voor! Na 3 dagen onderweg te zijn geweest én nog een dag op en neer te zijn gereisd om de auto in Faro te parkeren, kunnen we eindelijk op de fiets stappen. Sevilla is ver weg, maar dan heb je ook wat.

Op 23 april 2025 beladen we onze fietsen, rollen de poort van het appartement uit en… strijken 50 meter verder neer op het terras van de bar om de hoek. Normaliter fietsen we eerst 10 kilometer voor we gaan ontbijten, maar vandaag gaat het net even anders. Laura heeft namelijk eerst een telefonische intake voor een opdracht waarop ze heeft gereageerd. Tja, freelancen betekent ook dat je op vakantie gewoon met werk bezig bent. Dan maar meteen ontbijten, dan kunnen we daarna tenminste meteen door.
Als het ontbijt naar binnen is gewerkt en het (onverstaanbare, want 3 meter verderop ging een generator aan) telefoongesprek is afgerond, vertrekken we eindelijk écht. Omdat we al aan de westkant van Sevilla zitten, hoeven we niet heel lang door de stad te kronkelen. We steken via de Puente de Hierro de Guadalquivir over en beklimmen onze eerste helling waar maar geen eind aan lijkt te komen. De thermometer wijst 29 graden aan, dus dat is even lekker zweten.
Eenmaal boven stuiten we op wegwerkzaamheden. Precies waar wij onze route hadden gepland, natuurlijk. De wegwerkers zijn resoluut en laten ons er niet langs, maar wijzen gelukkig wel hoe we kunnen omrijden. Dat is maar een klein stukje om en al snel zijn we terug op de route – een prachtig gravelpad langs een riviertje.

Dit is echt supermooi fietsen. Links van ons ruist het riviertje en overal groeien gekleurde bloemen en groene planten. Soms moeten we bukken voor de overhangende bamboe-achtige begroeiing. Zo leggen we 6 kilometer af, slaan de bocht om en knijpen hard in onze remmen om op tijd stil te staan. Het pad duikt het riviertje in en gaat aan de overkant verder. Wij stappen af om de oversteek te bekijken.
Het pad duikt het riviertje in en gaat aan de overkant verder.

Het water staat vrij hoog en stroomt best hard. Natuurlijk, we zouden best aan de overkant kunnen komen, maar even omrijden is toch net iets aantrekkelijker. Dat scheelt weer natte voeten, natte fietstassen en een verzopen ketting.
Na al die avonturen is het wel weer tijd voor lunch. We racen snel door de supermarkt voor nieuw water en vinden een leuk barretje in La Puebla del Río. We proberen om niet te lang te blijven hangen, want we zijn nog lang niet op de camping. Hup, eten en door. De onverharde wegen weer op.

Onverharde wegen zijn niet altijd onze favoriet. Ja we weten het, veel wereldfietsers zweren bij onverhard fietsen, weg van het asfalt. Maar wij zijn eerlijk gezegd geen fan van de kuilen, de kiezels, het losse zand en het stof wat in je ogen stuift als er een (vracht)wagen voorbij komt. Toch ontkom je er bijna niet aan als je in Spanje gaat fietsen. Non-stop over de vluchtstrook van een (drukke) N-weg is per slot van rekening ook geen pretje.
De laatste kilometers gaan weer over een klein asfaltweggetje. Dat is fijn, alleen lijkt er geen einde aan te komen. Inmiddels fietsen we door een supermooi pijnbomenbos, maar de weg volgt trouw iedere heuvel en wij trappen ons een breuk. Als de fietsnavigatie dan ook nog eens aangeeft dat we op onze plek van bestemming zijn aangekomen en er in de verste verte geen camping te bekennen is, zorgt dat voor een lichte onrust. Blijkt dat de route niet goed ingeladen is – we moeten nog 2 kilometer verder…
Uiteindelijk komen we bij camping Dehesa Nueva aan. Deze ligt midden in het bos en de toeristenplaatsen maken (voor Spaanse begrippen) een vrij ruime indruk. Helaas is het zwembad nog dicht en ook het restaurant is gesloten, maar omdat we thuis al goed ons huiswerk gedaan hebben en dit dus wisten, weten we ook dat we wel pizza kunnen laten bezorgen. Jeeej! Helemaal omdat de bar wel open is en we dat biertje echt wel verdiend hebben. De tent staat snel, dus wij kunnen lekker relaxen en uitkijken naar de fietsdag van morgen.





